
Het grootste en wildste van de drie Nusa-eilanden, met de beroemdste kliffen van Indonesië, verborgen stranden en manta’s in helder water. In deze gids vind je alle plekken, de route en de praktische kant.
Nusa Penida ligt een half uur varen ten zuidoosten van Bali, maar voelt als een andere wereld. Het is droger, ruiger en veel minder ontwikkeld: kalkstenen kliffen van honderden meters hoog, dorpen met zeewierboeren en wegen die soms nauwelijks wegen zijn.
Juist dat maakt het bijzonder. Nergens rond Bali kom je zo dicht bij ongetemde natuur, en onder water hoort het eiland tot de beste plekken van Indonesië. Reken wel op afstanden, hobbelige ritten en een beperkt aanbod aan restaurants en winkels.
De highlights liggen verspreid over de west- en oostkant van het eiland, met flinke ritten ertussen. Plan per dag één kant, met bij elke plek een tip uit de praktijk.
De klif in de vorm van een T-rex, met een wit strandje ver beneden en turkoois water. Het bekendste uitzicht van heel Bali en voor veel reizigers de reden om naar Penida te komen.
Afdalen duurt zeker 45 minuten en omhoog nog langer. Doe het alleen met goede schoenen, veel water en niet midden op de dag.
Een natuurlijk zwembad in de rotsen, waar het zeewater helder groen kleurt. Bij eb lijkt het een badkuip in de klif, bij vloed slaan de golven er dwars overheen.
Ga alleen het water in bij laag water en een kalme zee. Bij golfslag is het levensgevaarlijk en zijn er al ongelukken gebeurd.
Een ronde baai met een enorme natuurlijke rotsboog waar de zee doorheen stroomt. Vanaf de rand kijk je regelmatig op manta’s die beneden voorbijzwemmen.
Ligt op vijf minuten lopen van Angel’s Billabong, met dezelfde parkeerplaats. Combineer ze altijd in één stop.
Een van de weinige rustige zwembaaien van het eiland, met zacht zand, warungs onder de bomen en een rots midden in de baai. Ook de mooiste plek voor zonsondergang.
Blijf dicht bij het strand. De stroming buiten de baai is sterk en trekt richting open zee.
Wit zand tussen puntige kalkrotsen, met een uitgehakte trap die naar beneden voert. Het water is spectaculair blauw, al is de branding vaak te ruw om te zwemmen.
De trap is inmiddels goed begaanbaar, maar wel steil. Ga vroeg, want beneden is er nauwelijks schaduw.
De buurbaai van Diamond Beach, met rotseilandjes voor de kust en een paar warungs op het strand. Rustiger water en daarom prettiger om te zwemmen.
Vanaf het uitzichtpunt boven zie je Diamond en Atuh in één blik. Alleen daarvoor al is de rit naar het oosten de moeite waard.
De beroemde houten boomhutjes op de klif bij Thousand Islands Viewpoint, met uitzicht over de rotseilandjes van de oostkust. Je kunt er zelfs overnachten.
Er wordt een kleine bijdrage gevraagd om het pad naar de hutjes op te lopen. Kom bij zonsopkomst, dan sta je er bijna alleen.
Een felblauwe trap langs de klif brengt je naar heilige bronnen en badjes vlak boven de zee. Meer een pelgrimsplek dan een waterval, en indrukwekkend om te zien.
Het zijn zo’n 700 treden en het is een tempelterrein. Draag een sarong en houd rekening met een flinke klim terug.
Ronde groene heuveltjes in het zuidoosten van het eiland die doen denken aan de kinderserie. Onderweg zie je het Penida dat de meeste dagtrippers nooit halen.
Het mooist in en net na het regenseizoen, als de heuvels echt groen zijn. Aan het eind van het droge seizoen zijn ze eerder geel.




De westkust is het domein van de grote namen: Kelingking, Broken Beach en Angel’s Billabong liggen binnen een half uur rijden van elkaar, met daartussen uitzichten die je niet snel vergeet. Aan het eind van de dag spoel je het stof eraf in Crystal Bay.
De oostkust is stiller en groener. De weg erheen kronkelt door dorpjes en langs zeewiervelden, tot je bij Atuh en Diamond Beach ineens boven een rij rotseilandjes staat. Wie de tijd neemt, ziet hier het eiland waar nog gewoon gewerkt en geleefd wordt.


Manta’s bij Manta PointRond het eiland stroomt koud, voedselrijk water uit de diepte omhoog. Dat trekt groot leven aan en maakt de wateren van Penida tot de bekendste van Bali. De meeste boten doen drie of vier plekken op een halve dag.
Let op: bij Manta Point staat vaak deining en is het water dieper dan het lijkt. Neem een zwemvest als je geen sterke zwemmer bent, en raak de dieren nooit aan.

Het aanbod is eenvoudiger dan op Bali: homestays, kleine bungalows en een handvol resorts. Waar je slaapt bepaalt vooral hoeveel je elke dag moet rijden.
Boomhuizen aan de oostkustEen indeling die de lange ritten beperkt en je op de rustigste momenten bij de bekendste plekken zet. Draai de dagen gerust om naar het weer en de zee.
Neem de ochtendboot, check in en rijd meteen naar Kelingking voordat het druk wordt. Daarna Broken Beach en Angel’s Billabong, en sluit af met zwemmen en zonsondergang in Crystal Bay.
Vertrek vroeg naar Thousand Islands Viewpoint en de boomhuizen, en daal daarna af naar Atuh of Diamond Beach. Op de terugweg langs de Teletubbies Hills en het rustige binnenland.
Boek een snorkeltrip van een halve dag langs Manta Point, Gamat Bay en Crystal Bay. Daarna heb je nog tijd voor een late lunch voordat de boot terugvaart naar Sanur.
De logistiek van een bezoek aan Nusa Penida op een rij, van de overtocht tot geld en gezondheid.
Snelle boten vertrekken de hele dag vanaf de haven van Sanur en doen er 30 tot 45 minuten over naar Toyapakeh of Banjar Nyuh. Reken op 150.000 tot 250.000 IDR (rond de 10 tot 15 euro) per enkele reis en boek in het hoogseizoen vooruit.
Vanaf Nusa Lembongan varen kleine boten in ongeveer 20 minuten naar Penida. Er zijn maar een paar afvaarten per dag, dus stem je planning daar vooraf op af.
Een scooter huur je vanaf zo’n 70.000 IDR per dag, een auto met chauffeur kost ongeveer 600.000 tot 800.000 IDR voor een hele dag. Taxi-apps werken op Penida nauwelijks.
De hoofdweg langs de noordkust is prima, maar de routes naar het zuiden en oosten zijn smal, steil en soms kapot. Onderschat de afstanden niet: vijftien kilometer kan een uur duren.
Er zijn geldautomaten in Sampalan en Ped, maar ze zijn niet altijd gevuld. Neem contant geld mee vanaf Bali. Het mobiele netwerk is redelijk aan de kust en zwak in het binnenland.
Op het eiland is een kleine kliniek, maar voor iets ernstigs moet je terug naar Bali. Controleer of je reisverzekering scooterrijden en duiken dekt.
Een paar dingen die je bezoek veiliger, koeler en een stuk rustiger maken.
Een dagtrip betekent drie uur boot, een gehaaste rit en de drukste uren op de bekendste plekken. Met twee of drie nachten zie je het eiland zoals het echt is.
De dagtrippers uit Bali komen rond half elf aan bij Kelingking. Wie om acht uur boven staat, heeft het uitzicht bijna voor zichzelf en rijdt in de koelte.
De combinatie van steile hellingen, los grind en vrachtwagens is niet de plek om te leren rijden. Een auto met chauffeur voor een dag is een kleine investering.
Toegangsgeld bij de uitzichtpunten, parkeren, warungs en de meeste homestays gaan contant. Pinnen kan alleen in de grotere dorpen.
De zeestraat tussen Bali en Penida kan flink deinen, zeker in het regenseizoen. Neem bij twijfel vooraf iets in en ga midscheeps zitten in plaats van achterin.
Er is bijna geen schaduw bij de uitzichtpunten en op de stranden. Neem een hoed, zonnebrand en meer water mee dan je denkt nodig te hebben.
Twee tot drie nachten is ideaal. Dan doe je op de eerste dag de westkust met Kelingking, Broken Beach en Crystal Bay, op de tweede dag de oostkust met Diamond en Atuh Beach, en houd je een dagdeel over om te snorkelen met manta’s.
Dat kan en veel reizigers doen het, maar je bent zeker drie uur onderweg op de boot en staat op de drukste momenten bij de bekendste plekken. Je ziet de highlights, maar mist de rust en de oostkant van het eiland.
Met een snelle boot vanaf de haven van Sanur, die er 30 tot 45 minuten over doet. Er zijn de hele dag afvaarten van verschillende maatschappijen. Vanuit Nusa Lembongan vaar je in ongeveer 20 minuten over.
De hoofdweg langs de noordkust is prima, maar de routes naar het zuiden en oosten zijn steil, smal en soms slecht onderhouden. Ben je geen ervaren scooterrijder, huur dan een auto met chauffeur of sluit aan bij een tour.
Het hele jaar door. Bij Manta Point en Manta Bay hangen reuzenmanta’s boven schoonmaakstations, dus de kans is groot. Het hangt wel af van de zee: bij ruwe golven wijken boten uit naar een andere plek of varen ze niet.
Het droge seizoen van april tot en met oktober geeft de rustigste zee en de helderste uitzichten. Tussen juli en oktober is er bovendien kans op de zeldzame mola mola bij Crystal Bay. In het regenseizoen is het groener, maar de overtocht ruwer.
Deels. De boottocht en de steile trappen naar de stranden zijn zwaar voor jonge kinderen. Een auto met chauffeur, de uitzichtpunten en een rustig strand als Crystal Bay of Atuh werken meestal het beste.
Combineer het eiland met een paar dagen op Lembongan of aan de zuidkust van Bali. Bekijk de reisroutes, of boek meteen een snorkeltrip met manta’s.