
Klein, groen en ontspannen: het eiland waar je in een uur omheen rijdt en daarna niets meer hoeft. Stranden, snorkelen, zonsondergangen en de gele brug naar het buureiland.
Nusa Lembongan meet zo’n acht vierkante kilometer, en dat merk je meteen: het hele eiland past in een rondje van een uur. Er zijn geen taxi’s, geen verkeerslichten en nauwelijks grote hotels. Wel stranden, kliffen, een dorp vol vissersboten en zeewiervelden in het kanaal.
Waar Penida draait om spectaculaire uitzichten, draait Lembongan om nietsdoen. Je rijdt in een uur rond het eiland, snorkelt in de ochtend, ligt in de middag aan het strand en kijkt ’s avonds naar de zon die achter de Agung zakt. Ideaal om een paar dagen bij te komen na de drukte van Zuid-Bali.
Alles ligt binnen een kwartier scooteren van elkaar, dus je kunt de dag rustig indelen. Bij elke plek staat een tip uit de praktijk.
Op de zuidwestpunt beukt de oceaan tegen een uitgesleten rotsplateau, waarna het water meters de lucht in spat. Bij zonsondergang staat hier half het eiland te kijken.
Blijf ruim achter de rand. De rotsen zijn glad en er komen onverwacht grote sets binnen.
Een klein strand met wit zand en stevige branding, ingeklemd tussen kliffen. Zwemmen kan, maar alleen bij rustige zee: de golven trekken hard aan je benen.
Ligt op vijf minuten lopen van Devil’s Tear. Combineer de twee aan het eind van de middag.
De mooiste zwembaai van het eiland, met kalm water, zacht zand en een paar strandtenten. Overdag komen er dagtripboten uit Bali, ’s avonds is het er stil.
Kom voor tien uur of na drie uur, dan heb je het strand vrijwel voor jezelf.
De lange baai aan de noordwestkant, met vissersboten, warungs en uitzicht op de Agung aan de overkant. De plek waar de boten aankomen en waar het eilandleven zich afspeelt.
Blijf hangen voor de zonsondergang: de vulkaan kleurt roze boven het water.
In het noordoosten ligt een groen doolhof van mangroven. Je vaart er in een smal bootje doorheen of peddelt zelf met een kano tussen de wortels door.
Vroeg in de ochtend zie je de meeste vogels en is het water spiegelglad.
Een uitzichtpunt hoog boven de zuidkust, met zicht over de kliffen, de zeewiervelden en op heldere dagen tot aan Penida.
Het laatste stukje weg omhoog is steil. Zet je scooter beneden als je twijfelt.
De smalle gele brug over het kanaal naar Nusa Ceningan is het bekendste beeld van de eilanden. Alleen te voet en per scooter, en niet meer dan een paar tegelijk.
Rijd rustig door en stop niet midden op de brug voor een foto. Aan beide kanten is ruimte genoeg.
Een priester groef hier in de jaren zestig met de hand een woning van kamers en gangen in de rots. Klein, vreemd en een verrassend leuke stop tussen de stranden door.
Niet geschikt als je slecht tegen kleine ruimtes kunt. Neem een telefoon met lamp mee.




De zuidwestkant is ruw: kliffen, branding en het water dat bij Devil’s Tear tegen de rotsen omhoog spat. Het is de kant waar je aan het eind van de middag naartoe rijdt, met de zon in je rug.
De noordkant is precies het tegenovergestelde. Vlak water, honderden vissersboten voor Jungutbatu, en in het kanaal naar Ceningan de vierkante zeewiervelden waar generaties eilandbewoners van leefden.


Het mangrovebos in het noordoostenHet rif rond Lembongan is ondiep en makkelijk bereikbaar, waardoor je hier prima leert snorkelen. Voor de grote ontmoetingen vaar je door naar Penida, in dezelfde ochtend.
De stroming in het kanaal tussen Lembongan en Ceningan is verraderlijk sterk. Snorkel er alleen met een boot en een gids in de buurt.

Het eiland is klein, dus je zit nergens ver weg. Toch bepaalt je keuze of je wakker wordt van vissersboten of van de branding.
Het hoofddorp aan de noordwestkust, met de haven, de meeste homestays, restaurants en duikscholen. Levendig, praktisch en het voordeligst.
Rustiger en groener, met de fijnste zwembaai en een paar mooie resorts. Iets duurder en je zit op tien minuten scooteren van het dorp.
De zuidwestkant, met kliffen, zonsondergang en een handvol hotels met infinity pool. Zwemmen in zee is hier lang niet altijd mogelijk.
Simpele guesthouses aan het kanaal, met uitzicht op de zeewiervelden. Handig als je de dagen wilt verdelen tussen beide eilanden.
Het aanbod is kleiner dan op Bali, maar juist daardoor overzichtelijk. Bijna alles ligt aan of vlak bij het water.
In Jungutbatu eet je nasi campur of gegrilde vis voor een paar euro, vaak met je voeten in het zand en uitzicht op de boten.
Langs de westkust staan bars die precies op het juiste moment de beste plek hebben. Een biertje of verse kokosnoot terwijl de zon achter de Agung zakt.
Het eiland heeft inmiddels een aantal cafés met smoothiebowls, koffie en vegetarische lunch. Handig als je een tijd achter je laptop wilt zitten.
Genoeg tijd voor het eiland zelf, het water en een dag over de brug. Heb je maar twee nachten, laat dan de derde dag vallen.
Neem de ochtendboot, huur een scooter en rijd langs Mushroom Bay, Dream Beach en Devil’s Tear. Klim naar Panorama Point en sluit de dag af met de zonsondergang bij Jungutbatu.
Ga ’s ochtends snorkelen bij Mangrove Point of vaar mee naar de manta’s bij Penida. Peddel in de middag door de mangroven en eet ’s avonds vis in het dorp.
Steek de gele hangbrug over naar Nusa Ceningan voor de Blue Lagoon en de zeewiervelden. Terug op Lembongan blijft er genoeg tijd over voor een laatste strandmiddag.
De logistiek van een bezoek aan Nusa Lembongan op een rij, van de overtocht tot water en stroom.
Snelle boten varen de hele dag van Sanur naar Jungutbatu en Mushroom Bay in ongeveer 30 minuten. Reken op 150.000 tot 250.000 IDR (rond de 10 tot 15 euro) per enkele reis.
Tussen Toyapakeh en Jungutbatu varen kleine boten in ongeveer 20 minuten over. Er zijn een paar vaste vertrektijden per dag, dus plan je overstap vooruit.
Lembongan is klein genoeg om in een uur rond te rijden. Een scooter kost zo’n 70.000 tot 100.000 IDR per dag. Er rijden geen taxi’s, wel pick-ups die je tegen een vast bedrag brengen.
De hoofdwegen zijn geasfalteerd maar smal, met flinke hellingen bij de kliffen. Rustig rijden is hier belangrijker dan snel zijn.
Er staan een paar geldautomaten in Jungutbatu, die soms leeg zijn. Neem contant geld mee vanaf Bali. Het mobiele netwerk werkt goed, de wifi is wisselend.
Zoet water is schaars op het eiland en de stroom valt af en toe kort uit. Neem een filterfles mee en houd er rekening mee dat douches zuinig zijn.
Een paar dingen die je verblijf soepeler en veiliger maken.
Zodra de dagboten om vier uur vertrekken, valt er een prettige rust over het eiland. Dat is precies waarom Lembongan de moeite waard is.
De snelle boten landen vaak op het strand, waar je door het water naar de kant loopt. Doe je schoenen uit en pak je elektronica hoog in je tas.
Dream Beach en Sandy Bay hebben stevige golven en een sterke onderstroom. Mushroom Bay en Jungutbatu zijn de veilige plekken om te zwemmen.
De klim naar Panorama Point en de weg naar Sandy Bay zijn kort maar steil. Rijd alleen omhoog als je zeker bent van je scooter en je remmen.
In het kanaal bij Ceningan wordt nog altijd zeewier geoogst. Blijf uit de velden met je boot of board, het is iemands akker.
In juli, augustus en rond de kerst zit het eiland vol en lopen de prijzen op. Regel je kamer en je boot dan een paar weken van tevoren.
Lembongan is klein, vlak en ontspannen, met stranden, surf en een dorpsgevoel. Penida is tien keer zo groot, ruiger en spectaculairder, met lange ritten over slechte wegen. Veel reizigers combineren beide, met een korte overtocht ertussen.
Twee tot drie nachten is genoeg om het eiland rond te rijden, te snorkelen en een dag naar Nusa Ceningan te gaan. Wil je vooral bijkomen op het strand, dan is langer blijven nooit een straf.
Met een snelle boot vanaf de haven van Sanur, in ongeveer 30 minuten. Er zijn de hele dag afvaarten. Vanaf Nusa Penida vaar je in een kwartier tot twintig minuten over.
Ja. De twee eilanden zijn verbonden door de gele hangbrug over het kanaal. Je steekt te voet of met de scooter over, in een paar minuten.
Zeker. Het eiland is klein, de afstanden zijn kort en Mushroom Bay is een rustige zwembaai. Let wel op bij Dream Beach en Devil’s Tear, waar de zee gevaarlijk kan zijn.
Er zijn een paar geldautomaten in Jungutbatu en de grotere resorts en restaurants accepteren kaarten. Homestays, warungs en scooterverhuur werken vrijwel altijd contant, dus neem geld mee vanaf Bali.
Plak er een paar dagen Nusa Penida of Ceningan aan vast, of combineer het eiland met Sanur en de zuidkust. Bekijk de reisroutes, of boek een snorkeltrip.